zaterdag 31 oktober 2009

donderdag 29 oktober 2009

PETMAN Prototype

PETMAN Prototype

Boston Dynamics makers of BigDog, i.e., the coolest robot ever made, are in the process of building a dynamically balanced humanoid. PETMAN is their new 2-legged robot sponsored by the US Army for the purpose of testing chemical protection clothing for the soldiers.

Boston Dynamics has not released much information about PETMAN other than that the project has 2 phases : phase 1 has a 13-month duration focused on design and phase 2 has a 17-month duration for building, validating and installing the robot. The company expects to deliver the robot in 2011.

If you care to know how impressive PETMAN truly is, check out the video below released by the company. It shows the humanoid robot walking on a treadmill using principles similar to how a human walks; it also maintains balance when large external forces are applied to it. If it was me, I would not anger this one by pushing it. It makes Toyota's running humanoid look like a toy. For what it's worth, however, it doesn't look like PETMAN can actually turn but maybe this is one upgrade the US Army hasn't paid for yet.

Some more information on PETMAN by Boston Dynamics can be found here.

dinsdag 27 oktober 2009

crisis

Volgens Persbureau Bloomberg gaat ING (voor het eerst sinds 1974) een deel van de kunstcollectie verkopen.
ING (ING Art Mangement) heeft ongeveer 25.000 kunstwerken in bezit waaronder werken van Karel Appel, Michael Raedecker, en Diego Rivera. De bedoeling is om ongeveer een tiende deel van de totale verzameling te verkopen op eBay, in porties van 50 stuks per week. Het Geheugen van Nederland (Netherlands Institute for Cultural Heritage) verzorgt de verkoop, een deel van de opbrengst gaat naar het ING Chances for Children een organisatie onder de Unicef paraplu.
Volgens Annabelle Birnie van ING Art zal de ING gewoon doorgaan met het aankopen van kunst, maar gezien de huidige situatie op de financiële markten op een bescheiden manier

zondag 18 oktober 2009

vrijdag 16 oktober 2009

woorden

zondag 11 oktober 2009

Project Gutenberg

HISTORY AND PHILOSOPHY OF PROJECT GUTENBERG

© August 1992

When you get something for free, you get what you pay for!!!
That means if you don't use what you get for free, it won't do you any good. But sometimes it is nice to have a library your friends and family can use, even if they don't always use it.


The Beginning

Project Gutenberg began in 1971 when Michael Hart was given an operator's account with $100,000,000 of computer time in it by the operators of the Xerox Sigma V mainframe at the Materials Research Lab at the University of Illinois.

This was totally serendipitous, as it turned out that two of a four operator crew happened to be the best friend of Michael's and the best friend of his brother. Michael just happened "to be at the right place at the right time" at the time there was more computer time than people knew what to do with, and those operators were encouraged to do whatever they wanted with that fortune in "spare time" in the hopes they would learn more for their job proficiency.

At any rate, Michael decided there was nothing he could do, in the way of "normal computing," that would repay the huge value of the computer time he had been given. . .so he had to create $100,000,000 worth of value in some other manner. An hour and 47 minutes later, he announced that the greatest value created by computers would not be computing, but would be the storage, retrieval, and searching of what was stored in our libraries.

He then proceeded to type in the "Declaration of Independence" and tried to send it to everyone on the networks. . .which can only be described today as a not so narrow miss at creating an early version of what was later called the "Internet Virus."

A friendly dissuasion from this yielded the first posting of a document in electronic text, and Project Gutenberg was born as Michael stated that he had "earned" the $100,000,000 because a copy of the Declaration of Independence would eventually be an electronic fixture in the computer libraries of 100,000,000 of the computer users of the future.

kijk vooral op:

zaterdag 10 oktober 2009

FLUXUS



George Maciunas [1931-1978] is de ideoloog van Fluxus, een dictator, een clown, een organisator van performances, een anti-kunstpaus.
Hij formuleerde de Fluxus performance als een ritueel waarin in de allereerste plaats alledaagse voorwerpen, voor de hand liggende en triviale objecten, dienden te worden gebruikt. Wanneer niet triviale objekten worden gebruikt, zoals bijvoorbeeld pianos, dan dient dat uitsluitend ingegeven te zijn door de rituele mogelijkheden ervan. Waar Fluxus pianos gebruikt, is dat steeds op een uiterst primitieve en beslist non-virtuoze wijze.



Four altered pingpong rackets

Nix kunsthandel
Maciunas veroordeelde het idee om restanten van performances als kunstwerk in de handen van de kunstmarkt te laten vallen.
Wat dit betreft zijn kunstenaars zoals Ben Vauthier verkrachters van de Fluxus gedachte.

Ieder mens is een kunstenaar


Joseph Beuys (1921-1986) Piano met vilt en leer
[Centre Georges Pompidou Parijs]

De mensen moeten leren om aan hun werkelijkheid te ontstijgen
Ze moeten een spiritueel middel ontwikkelen waarmee zij een volstrekt ander standpunt in het universum kunnen bereiken.

Mijn omvattend kunstbegrip is de enige mogelijkheid om zich uit de heersende verhoudingen los te maken. Wat het werkelijk bedoelt is: het geld moet eruit, uit de kringloop. De creativiteit van de mensen, dat is het echte kapitaal. Politieke partijen, de ganse politiek daarentegen dat is onzin. We moeten van de maatschappij een kunstwerk maken. De moderne kunst is dood, er bestaat geen post-modernisme, nu begint de antropologische kunst. Alleen zo zijn het kapitalisme en het communisme te verslaan.

Ze kunnen met mij doen wat ze willen.
Ik ben de nar, de idioot met de vilthoed. Ze stoten mij in die of die hoek. Ik stel mij heel eenvoudig ter beschikking. Ik wil de mensen duidelijk maken dat ik eigenlijk precies ben zoals zij.

Het gaat erom over het maatschappelijk leven na te denken tot men op het spoor komt van de oorspronkelijke vorm. Tot nu toe is dat niet gebeurd. Noch het marxisme, noch het kapitalisme houden rekening met de oervorm van het sociale gebeuren. Voor mij is deze vorm van het sociale gebeuren en de krachten die eraan ten grondslag liggen het belangrijkste dat steiner gezien heeft (Vrijheid in het geestesleven, gelijkheid in het recht, broederlijkheid in de economie).

Citaten: Joseph Beuys (1921 - 1986)

Wolf Vostell (1932-1998)
Fluxus-Piano-Lituania Hommage à Maciunas, 1994



Wolf Vostel: Parallele Dêcollage waarbij een jukebox van het merk 'Wurlitzer' tijdens het spelen van 'Twist' neerstort.
Galerie Monet Amsterdam 1962, foto Hans de Boer

woensdag 7 oktober 2009

Tussen Taal en Beeld

Taal als taal of taal als visuele kunst


Ferdinand KriwetRundschreibe Nr. 5

Taal als gereedschap
Ik moet het belang van de vernieuwende ordeningsprincipes van de beeldende kunst even laten rusten en me geheel richten op de noodzaakde taal als gereedschap te erkennen.

Oppervlakkig gezien
zou je kunnen zeggen dat die erkenning er wel is.
Bij nadere beschouwing blijkt dat taal voor veel mensen een verschijnsel is waarvan ze zich weliswaar dagelijks bedienen maar dat tegelijkertijd een enorme belemmering kan betekenen.

Veel mensen houden in een vergadering liever hun mond of laten ze zich platpraten door beter van de tongriem gesneden soortgenoten. Anderen voelen zich niet bij machte iets aan het papier toe te vertrouwen ondanks het feit dat ze wel kunnen schrijven.

Toch leven we in een maatschappijwaar alle mogelijke communicatiemiddelen, technisch gezien, tot grote hoogte ontwikkeld zijn.

Is het zo dat die technische ontwikkeling van de media geen gelijke tred heeft gehouden met de inhoud?
Een technische ontwikkeling voltrekt zich geheel op zichzelf gericht.
De uitvinding van een nieuw materiaal lokt een nieuw apparaat uit nog voor het nut en noodzakelijkheid ervan vastgesteld is..


bron: zie

maandag 5 oktober 2009

Titels die het niet werden

Een titel voor een film bedenken is nog niet zo makkelijk. Kies een verkeerde naam en de film kan floppen.

  • Pretty Woman. Heette oorspronkelijk ‘The 3000′, naar het bedrag dat Julia Roberts krijgt om een week lang met Richard Gere op te trekken. In het oorspronkelijke script was Roberts bovendien verslaafd aan crack. In de handen van Disney werd het echter een romantisch verhaaltje over echte liefde.
  • Back tot the Future was er bijna niet gekomen. Wat wil je ook, met een titelvoorstel als ‘Spacemen from Pluto’. De reden voor de bizarre naam was dat ‘een film met het woord future in de titel’ volgens sommige studiobazen nooit zou werken.

    Spacemen from Pluto?

    Spacemen from Pluto?

  • Halloween is een klassieker in het horror-genre geworden. Zou dat ook zijn gebeurd met de oorspronkelijke titel ‘The Babysitter Murders’?
  • Het Sandra Bullock vehikel Miss Congeniality heeft een titel die veel Nederlanders maar moeilijk uit kunnen spreken. Dan was de oorspronkelijke titel ‘Undercover Miss’ misschien makkelijker geweest.
  • De beroemdste film aller tijden. Zo wordt Casablanca ook wel genoemd. Een lekkere korte titel die goed in het gehoor ligt en exotisch klinkt. De film was als ‘Everyone comes to Rick’s’ (de oorspronkelijke titel) misschien minder succesvol geworden.
  • De slasher film Scream had als werktitel Scary Movie. Dat vonden de studiobazen zo’n goede naam, dat ze hem later daadwerkelijk hebben gebruikt, voor de spoof Scary Movie.
  • Stel je maakt een film over de Titanic en de opvarenden van dat schip. Dan noem je je rolprent toch zeker Titanic? Mis. Aanvankelijk moest de film ‘Ship of Dreams’ gaan heten, om te benadrukken dat het om de mensen ging. Gelukkig kwamen de producers nog op tijd bij hun zinnen.

vrijdag 2 oktober 2009

werk is werk

Burgemeester weigert te stoppen met bedelen
De nieuwe burgemeester van een Indiaas stadje weigert te stoppen met bedelen, omdat hij er teveel mee 'verdient'. Dharmveer Bhoora (56) zegt dat hij met bedelen zoveel verdient, dat hij projecten van de Gemeenteraad van Khaikeri (Noord-India) kan subsidiëren. In een goede week haalt de bedelveteraan, die nooit ander werk gehad heeft, bijna 500 dollar binnen. "Het geld dat ik met bedelen verdien, voorziet in de behoeften van mijn familie en soms die van de hele stad", zegt hij. "Ik ben nu verantwoordelijk voor het toezicht houden op de vooruitgang van de stad en een deel van het geld dat ik bij elkaar bedel zal gebruikt worden om ontwikkelingsprojecten van de stad te verwezenlijken. Ik ben dankbaar voor elk klein beetje geld dat ik in handen krijg en ik weet zeker dat het mensen een goed gevoel zal geven als ze weten dat niet alleen ik en mijn familie er baat bij hebben, maar mijn hele stadje." Foto

donderdag 1 oktober 2009

"Kool Milds"

From my american friend!!

woensdag 30 september 2009

in de pers; Vrouwkje Tuinman


Het is hier geen hotel


De andere Vrouwkje Tuinman

Vrouwkje Tuinman staat bekend als actieve podiumdichteres van toegankelijke snit. Maar in haar nieuwe bundel voert een contactgestoord alter ego de boventoon.

Vrouwkje Tuinman maakt deel uit van de Utrechtse kring van dichters rond Heytze, Hubers, Hagar Peeters, Tjitske Jansen e.a. Een lichte, verstaanbare toets, die overigens schrijnende ernst niet uitsluit, is zo’n beetje het handelsmerk van deze ‘groep’.
Bij Tuinman, die in 2004 debuteerde met ‘Vitrine’ en die ook zeer actief is bij het organiseren van festivals en bloemlezingen, ligt dat iets anders. In haar zeer compacte, doorgestructureerde, maar ook sterk associatieve gedichten is de verstaanbaarheid enigszins naar de achtergrond gedrongen. Al was het maar omdat zij enerzijds scherpe portretten van mensen in haar poëtische vitrine etaleerde en zélf min of meer buiten schot bleef.
Zo’n complicerende factor kenmerkt ook haar tweede bundel ‘Receptie’. Deze bestaat uit twee afdelingen, eenvoudig ‘Een’ en ‘Twee’ geheten. De eerste bevat gedichten die de gevoels- en binnenwereld van een vrouwelijk ‘ik’-personage in klare maar ook veelal minder klare, gewrongen taal schetsen en tegelijk de buitenwereld resoluut op afstand houden. “Mijn leven is drie kamers groot. Ik beweeg me / langs de randen, patrouilleer door gangen, / controleer de trap, bewaak het raam”. Dit klinkt niet erg gezond. Netzomin als de postbode, die als een spion wordt voorgesteld, ‘een rode gloed langs / het gordijn’ veroorzaakt en ‘rook door de brievenbus’ blaast. In ‘Scherm’ wordt de binnenwereld zelfs tegen zichzelf beschermd in een pathologische poging de ene helft van het breid niet te laten weten wat de andere doet! Daar kun je goed mal van worden.
In afdeling ‘Twee’ probeert de ‘ik’ de buitenwereld schoorvoetend in haar domein toe te laten. Van harte gaat het niet en het lukt ook vaak niet, hoezeer de achterplattekst van de bundel ook anders beweert. Het gedicht ‘Zijde’, dat begint met ‘Op zaterdagmiddag borduur ik gesprekken’, is echt niets anders dan het verslag van een eng en beslist niet communicatief naaikransje! De enige die borduurt en spreekt is de ‘ik’ zelf (‘Ik vertel van één tot / honderd, daarna keer ik om’. ‘De anderen’ zijn geblinddoekt en kunnen kennelijk geen woord bij dit heksenborduurwerkje uitbrengen. Zij heeft alle macht: “Geen zin wijkt af van het / patroon. [...] Mijn schaar knipt ongedode vragen / door. Tenslotte hecht ik alle monden af, loop / langzaam achteruit. De ogen mogen open”. Wel, zijn hier nu van het in de titel genoemde lapje zijde, van de geblinddoekte aanwezigen óf van dit gedicht zelf de monden keurig afgehecht? Wat een morbide ‘patroon’. Maar wat een fraaie, onontwarbare spiegelbeelden!
Wat Tuinman, als organisatrice van culturele manifestaties alleen al volop in de wereld staand, zo boeit in dit bijna autistische en contactgestoorde alter ego zou ik niet weten. Het kan me ook niet schelen. Feit is dat deze gedichten, wanneer al te particuliere associaties en het iets te veelvuldig gebruik van elliptische zinnen achterwege blijven, een sterke uitstraling en een heel eigen toon hebben.
Dat de tweede afdeling ten opzichte van de eerste helemaal niet zo louterend is, zoals ik al opmerkte, blijkt alleen al uit het aangehaalde gedicht ‘Zijde’. Het titelgedicht van de bundel (zie hieronder), eveneens uit de tweede afdeling, wijst ook al iedere inmenging in de privéwereld af. Wel een ‘receptie’ maar geen hotel; de stekker van de bel is uit het contact gehaald. Ontbijt buiten, zodat de ‘ik’ binnen op haar balkon rustig de vogels kan voeren. ‘Kachelman’ en ‘meternemer’ komen er pas in nadat de ‘ik’ alle sporen van haar activiteiten heeft weggeschrobd. Tja, en als de auto dan de straat uitrijdt, dan pas gaan de lampen aan.
Zo is er ook een mooi gedicht waarin de ‘ik’ een minnaar in haar bed toelaat dat eindigt met de paradoxale regels: “Alles wat ik nodig heb vannacht: jouw handen om mij / los te laten. Onze ringen slapen een volmaakte acht”. Elkaar loslaten, maar dan die in elkaar onschuldig rakende ringen een soort eeuwigheid beleven...
Er staan ook mindere gedichten in deze bundel, maar de kerngedichten zijn frappant. Wat dat betreft ben ik benieuwd hoe het deze zich toch makkelijk op podia bewegende dichteres en haar juist van de wereld afgekeerde afsplitsing later nog zal vergaan.
Peter de Boer

bron zie:(c)Trouw

zondag 27 september 2009

Panty voor mannen


Trend voor de komende winter; de mantyhose
Het Britse warenhuis Selfridges heeft, naar aanleiding van de opvallend hoge verkoop van panty's aan mannen, besloten een mannenlijn voor dit kledingstuk uit te brengen. Na het succes van 'manscara' en de 'manbag' is het tijd voor een frisse wind onder de rokken van mannen, zo bedacht David Walker-Smith, inkoper van Selfridges. Het kledingstuk is veelzijdig, kan onder andere kledij worden gedragen maar ook als bovengoed. Het laatste zal overigens niet vaak gebeuren, mannen dragen de panty's meer voor de warmte en vanwege het beter doen uitkomen van hun vormen. Heren zullen deze winter zich dus het best de 'mantyhose' aanschaffen, om zo de vrouwen in donkere dagen wat meer kijkgenot te schenken. Op de site e-mancipate.net zijn een aantal voorbeelden te zien.

zaterdag 26 september 2009

Tonnis Oosterhof

2: "De zee in de kwal roept o"

{Robuuste tongwerken,} een stralend plenum

De derde bundel van Tonnus Oosterhoff, {Robuuste tongwerken,} een stralend plenum, verscheen in 1997. De complexe titel - met haakjes en komma - is ontleend aan een artikel uit De Volkskrant over een kerkorgel. Het omslag van de bundel draagt dan ook een afbeelding van het orgel uit de Grote of Jacobijnerkerk van Leeuwarden. Oosterhoffs voorgaande bundels waren hier en daar nog conventioneel in rijm- en versvorm. Hier wordt echter meer zichtbaar van het typografische idioom van deze auteur.

Zijn eigen stijl komt steeds meer naar voren en daaruit spreekt een zucht tot vrijheid, speelse invallen, variaties, levendigheid. De vorm van het gedicht, het uiterlijk ervan, speelt een steeds grotere rol en komt onder andere tot uiting in het gebruik van grote en kleine letters, cursieve letters, driehoekjes, inspringingen en zeer afwijkende spatiëring, waardoor soms grote witte plekken in de regels ontstaan. Maar ook de teksten zelf zijn variabel in lengte, opbouw en inhoud. Een vergelijking met Paul van Ostaijen ligt dan voor de hand, maar ook met de dichters van het tijdschrift Barbarber. Net als in zijn vorige bundel komen regelmatig neologismen (nieuwvormingen) voor, evenals ongebruikelijk woordcombinaties en -afleidingen. Het postmodernisme in de dichtkunst onderscheidt zich door het gebruik van citaten (intertekstualiteit): alles is al eens gezegd, wat nieuw is, is in feite een variant op oude kost en oude kost is er dus om geciteerd, veranderd, binnenstebuiten gekeerd te worden. Het lijkt erop dat Tonnus Oosterhoff deze mening deelt.

Overdag slaap ik, kerkuilste in een welluidende streek.
(p. 6)

In deze bundel schrijft Oosterhoff over het bewustzijn en het verlies daarvan.

Op een dag ben ik het kwijt het vermogen, het bewustzijn,
de neiging, het evenbeeld
de duivige duizel

(p. 7)

Oosterhoff incorporeert in zijn gedichten teksten die kunnen worden aangetroffen op borden langs de weg.

Op elke tafel ligt, de hoekpunten vrijlatend, een bladgroen kleedje.
De menuklemmen - Wij doen ons best voor u / Verwarmd terras - zijn
overtollig. Het ontbijt is zelf halen.



Soms wordt een flard van een conversatie of een korte opmerking ingevoegd:


De blinden (Daar heb je ~!). In processie, begeleid door
begeleiders.

(p. 9)

Waarbij het laten begeleiden plagerig door begeleiders gebeurt. Deze poëzie staat lijnrecht tegenover emotievolle gedichten zoals die van Anna Enquist. Hier wordt geobserveerd, geciteerd, uitgelegd, gespeeld met woorden, vormen en betekenissen. Als er emotie is, is die goed verborgen. Er is vooral verwondering en plezier. Als er een ik-figuur optreedt in de gedichten, is het in een laconieke conversatie of beschouwing:

'Dankbaarheid is mijn aard niet.'
'Nee, dankbaarheid is je aard niet,
maar je hebt tenminste karakter.'
'En hangwangen.' 'En hangwangen.'
'En hangbillen.' 'En hangbillen.'

(p. 14)

Bovenstaande regels herinneren aan parlando-gedichten (zoals die van C. Buddingh'). In een ander gedicht lijkt Oosterhoff iets prijs te geven over zijn werkwijze:

'Zit je stomweg uit de Handelspost over te schrijven?'
'Niet goed?' 'Nou ik schrik er een beetje van.
Is het om de verhuizing?'

Er is zoveel dat me pakt. Alles interesseert me.
Ik hoor alle ritmes, ritmes in alles. Beteken zin

(p. 15)

Maar schrijft Oosterhoff hier over zichzelf? Wie zal het zeggen? Hij citeert overigens niet alleen kranten, ook zichzelf: hele regels worden herhaald (zoals die over de hangwangen en hangbillen). In de parlando-toon herhaalt hij woorden, zoals mensen dat in een gesprek ook vaak doen:

maar nu dit zo
weet ik met de dood is er niets meer weet ik
zeker weet ik.

(p. 17)

De tegenstelling tussen echt en onecht, wat geschreven is en wat ongeschreven blijft, speelt een grote rol, zoals in het gedicht over Wally, die het zelf een 'goed, raak, persoonlijk' gedicht vindt:

We schrijven Wally is superfors. Ze staat
naakt voor het raam. Voor het laatst ongesteld.

'Hee! Helemaal niet waar! Nu moeten jullie
mijn naam veranderen.' Geschrokken
de hand voor de doodgrijze rok.

We doen wat ze zegt; het is niet meer verzonnen.

(p. 21)

In het gedicht 'Hersenmutor' worden niet alleen in de titel woorden verdraaid en letterlijk en verkeerd vertaalde Engelse frasen gebruikt om de ernst van de hersentumor aan te geven. Een hersenmutor is daarbij een mutaties makend instrument.

Vrijdom van gebrek en meningsuiting.
Ik sleep het me voor
Met de mutor de reclame in.


Oosterhoff gebruikt half afgemaakte zinnen en namen van bekende kunstenaars, zoals de filmregisseur Truffaut:

Ik lach te
(Onthoud dit maar. Jam dit maar. Roffel dit maar.
Ook een matige Truffaut is een goede.)

Het is zo geplekt, poëzie.

(p. 27)

Waarbij geplekt voor plaatsgebonden staat. Daarnaast zijn er associatieve gedichten met korte regels en eenvoudige woorden:

Werkelijk Toet. Afscheid doet. Pijn dalende kwint.

(Elke traan was één in boterbon kamertemp Holland.)

(p. 33)

Het omkeren van woorden en begrippen werkt als een echo in het gedicht 'In de kwal roept de zee'. Het geeft daarnaast nog een visie op het romantisch dichterschap, dat traditioneel 'o' als aanroep hanteerde.

O, roept de zee in de kwal.
De zee in de kwal roept o
o
o
De zwevende mond legt zich aan
om de infinitief, o, o, roepdrinkt o.

In lange prozagedicht 'Meneer met Pinksteren' zegt Oosterhoff eerst dat die meneer in wezen niet bestaat, maar dat het gaat om zekere 'Oosterhoff', die paddestoelen heeft gegeten. Paddo's waarschijnlijk, want hij staat onder invloed en komt tot vreemde en gewone dingen. Hij bladert met genegenheid door een bundel van de dichter J.H. Leopold, hij citeert zelfs een gedicht van deze inmiddels klassieke dichter, die een immense hoeveelheid onvoltooide gedichten naliet, die in druk verschenen zoals ze werden aangetroffen: losse woorden, onaffe regels, open plekken. Alsof het gedichten van Oosterhoff zelf zijn, kortom:

O, denkt O, kon dit maar eigen maaksel zijn: het zou mijn werk net
dat beetje extra geven dat het nu voorgoed moet missen.

Bij sommige SCHETSEN EN FRAGMENTEN nu komt het O voor dat hij
Leopold door meneer heen leest.

Het gedicht geeft een Oosterhoff-verklaring voor al die lege plekken in de onvoltooide gedichten: de gedichten zijn wel degelijk af en al het wit wordt veroorzaakt, doordat we de gedichten als een landschap zien, van boven bekeken, als vanuit een vliegtuig. De witte plekken worden veroorzaakt door de wolken en nevelslierten die de tekst aan ons oog onttrekken:

Eindelijk heeft meneer een eigen vlietende én terug te vinden vorm.
(p. 43)

Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen

Postmodernisme of geen postmodernisme, Oosterhoff bewees met zijn nieuwe bundel in 2002 dat lang nog niet alles eerder was gedaan. Zijn bundel Wij zagen ons in een grote groep mensen veranderen (2002) werd door De Bezige Bij uitgegeven en voorzien van een CD-rom met 'bewegende' gedichten, zoals Oosterhoff dat zelf noemt, en met muziek. De rol van de typografie is daarbij natuurlijk van het grootste belang en daarmee speelt Oosterhoff verschillende spelletjes. Zo lijkt het in deze bundel of de lezer beschikt over een tweedehands exemplaar, waarin de vorige bezitter allerlei opmerkingen met de pen heeft bijgeschreven. In wezen zijn deze aantekeningen meegedrukt met de rest van de tekst. Zie bijvoorbeeld het gedicht dat begint met de regel 'Je bent (net als) een zieke beuk je blad'. De tekst in gereproduceerd handschrift (dwars door de rest van de tekst) staat er een paar keer achter elkaar, alsof het strafregels zijn, of een refrein:

De graficus is als een merel
die zingt in de top van een boom

(p. 10)

Het gedicht zelf telt maar vijf regels, maar we zien drie keer dezelfde tekst, steeds met andere doorhalingen, waarbij de laatste keer het hele gedicht opnieuw geschreven is. Dit lijkt dus een kladversie van het gedicht, zoals het uiteindelijk in de bundel terecht zou moeten komen, maar in plaats van een nette gedrukte versie, krijgt de lezer die laatste kladversie voorgeschoteld. Het gedicht wordt getoond in een onvoltooide versie, wat impliciet geldt als een uitnodiging om zelf de andere gedichten in de bundel onder handen te nemen. Er is ook een gedicht voorzien van een voetnoot. Met een sterretje wordt vanuit het gedicht naar deze noot verwezen en die bevat een Amerikaans artikel over de verschijningsvorm en leefwijze van een parasietensoort.

Dit heb ik uit het persbericht* gelichtbijld:
We think the eyes are important to find the female, at least at short range

en

Dat groen, dat voor inslapen
(p. 13)

Er is ook een ode aan Lucebert

Lucebert is godbetert
god ver beter mijn beste
ik zeg om te communiceren
niets om te communiceren

(p. 19)

Pagina 35 en 36 van de bundel bevatten geen tekst, maar notenschrift, met het advies: 'hoor dit eerst'. Dat kan door de CD-ROM af te luisteren. Die bevat een uitvoering van deze muziek, waarbij het gaat om Inventio No. 2 van Johann Sebastian Bach (1685-1750). De tekst erna is een driedelig gedicht, een conversatie, die begint met het beeld van een schommel:

dat is waar daar stond een appelboom die later is gerooid, hij had
een ziekte en dat gele ding daar aan die tak dat was
zo'n schommel
wat zeg je?
zo'n plastic schommel
peuterschommel waar je niet uit vallen kan een plastic
broek een soort Gods hand maar dan voor kleintjes.

(p. 37)

In het tweede deel van dit lange gedicht blijkt de jongen van die schommel uit het zicht te zijn geraakt en bij toeval op televisie te zien in een reportage over Alicante. Het laatste en derde deel zal waarschijnlijk ook over hem gaan: zijn naam wordt niet genoemd. Hij ligt in het ziekenhuis, na een poging tot zelfmoord: hij leeft nog verder in het filmpje van de schommel en de reportage uit Alicante.

de nek is volgens de ziekenhuisarts niet gebroken asphyxie
maar niet gebroken

achter in de keel zit een klein doosje met juwelen levenskracht
je maakt het open door te trekken aan de tong

(p. 40)

Oosterhoff zit niet verlegen om onderwerpen. Zo is er een gedicht over DNA en travestie en geslachtsverandering:

Ze kleurt haar nagels met autolok, de she-male,
wacht op het DON'T WALK licht, dan gaat hij.
Naar De Graaffs idee lacht ze, de 'vriend' 'ziet' 'een traan',

zelf weten doet niemand iets.

(p. 44)

Het is een commentaar op een televisie-uitzending van de omroep BBN, waarin allerlei zaken worden aangeroerd, zoals: waarom er geen kinderen worden geboren.

'Bij meneer functioneert slechts één teelbal.
De andere is wat mij noemen een haneëi.'

Al mijn verDNAeringen voor stro-poppen. Ons gebots in bed
een rinkelende cimbaal. De liefde beweegt zon en sterren
maar de mijne brengt niets naar de overkant.

(p. 45)

In het laatste gedicht in de bundel zijn open plekken gelaten, die overigens alweer zijn ingevuld in dat gereproduceerde handschrift. Het gaat om een barbecue:

Het vet rookgordijn
trek je met één man niet open
het is bestikt
met ades


Op de open plek zijn drie varianten aangegeven om het woord af te maken, respectievelijk met 'galopp', 'broch', en 'H'.

Toe breek mijn huis af,
ik ben ten dode. Wereld!
Langsgeworpen modderkluit
Dan houdt dit huis het langer uit

(p. 48)

Hier doorheen is geschreven: 'Ach wie nichtig, ach wie flüchtig', drie maal achtereen. Daarmee besluit deze ongebruikelijk vormgegeven bundel gedichten. De bij deze bundel behorende CD-ROM bevat enkele andere gedichten dan in de bundel. Deze gedichten zijn interactief, bewegend, in Flash uitgevoerd. Ze verlopen meestal cyclisch, kunnen steeds weer achter elkaar gelezen worden, vervloeien; het beeld rimpelt en golft. Woorden, letters en regels verschijnen en verdwijnen weer.

vrijdag 25 september 2009

animale

donderdag 24 september 2009

zon in nevel

woensdag 23 september 2009

Me at the zoo

Dit is echt het aller-aller eerste filmpje op youtube. Gepost op zaterdag 23 april 2005 om 8.27 PM

dinsdag 22 september 2009

van science fiction naar realiteit

Hij is nu binnen handbereik, de 3D printer. Voor 500 euro bestaat er nu een werkend apparaat. De volgende generatie 3d printers kunnen zich zelf reproduceren en kan je dus van een vriend krijgen.

zondag 20 september 2009

Muggen zappen met je USB

Ook zo’n hekel aan muggen? Met een nieuwe vinding kun je ze via je computer verjagen.

Dierenvrienden opgelet. Je hoeft geen muggen meer om te leggen om van deze stekende vriendjes af te zijn. Althans, dat beloven deze mensen. Ze bieden een apparaat dat muggen verjaagt via een ultra-hoge toon. Die vinden muggen niet prettig, zo wordt beweerd.

Het meest opmerkelijke aan dit machientje is toch wel hoe je hem aanzet: door hem in de USB poort van je computer te steken. Kun je rustig Faqt lezen en toch niet gestoken worden. Wat een traktatie.

USB muggenzapper