Posts tonen met het label kunstambtenaren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kunstambtenaren. Alle posts tonen

donderdag 17 september 2009

Kabinet bezuinigt 10 miljoen euro op cultuur

Rotterdam, 16 sept. Het kabinet geeft tien miljoen euro minder uit aan cultuur dat het had aangekondigd. Dat blijkt uit de begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW).
Minister Ronald Plasterk (Onderwijs, PvdA).   Foto Vincent Mentzel
Minister Ronald Plasterk (Onderwijs, PvdA).
Foto Vincent Mentzel

Het kabinet geeft minder of geen geld uit aan de innovatieregeling voor de culturele sector, digitalisering (het toegankelijk maken van musea en archieven via ICT) en gratis musea voor kinderen. Maar voor andere ingrijpende bezuinigingen hoeft de kunstsector in 2010 niet te vrezen.

Voor de innovatieregeling, een subsidieregeling die dit jaar is ingegaan en die het maatschappelijke draagvlak voor kunst en cultuur moet vergroten, was oorspronkelijk 5 miljoen euro per jaar uitgetrokken, in totaal 20 miljoen euro in deze kabinetsperiode. Maar in de gisteren openbaar gemaakte begroting staat dat dat bedrag is teruggebracht naar 14 miljoen.

Voor digitalisering, zoals ontsluiting van (audiovisuele) collecties en archiefstukken, is volgend jaar 3 miljoen euro minder beschikbaar en in de jaren erna 5 miljoen euro minder.

De vijf miljoen euro per jaar die was bedoeld om kinderen gratis toegang te geven tot musea, wordt niet elders in cultuur geïnvesteerd. Het plan van de gratis museau was al eerder voorlopig van de baan. Wel komen er kleinschalige experimenten die moeten uitwijzen wat kinderen wel naar het museum lokt, zoals gratis openbaar vervoer voor schoolklassen. Daarvoor is maximaal 5 miljoen euro beschikbaar.

'Verkeerd signaal'

De Federatie van Kunstenaarsverenigingen noemt de bezuiniging op het innovatiebudget een „volstrekt verkeerd signaal”. De regeling houdt in dat cultuurinstellingen, die een vernieuwend plan hebben waarbij ze samenwerken met niet-cultuurinstellingen, bijvoorbeeld het onderwijs of de toeristische sector, subsidie kunnen krijgen. Het hoeft hierbij niet perse te gaan om activiteiten die de eigen inkomsten van de cultuursector verhogen; belangrijker is dat ze kunst en cultuur ‘zichtbaarder’ maken in de maatschappij en dat er nieuwe doelgroepen door worden bereikt.

Volgens directeur Bert Holvast van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen is innovatie van de cultuursector juist in deze tijd hard nodig. „Wil in tijden van oprukkend populisme het politieke draagvlak voor kunstsubsidies sterk genoeg blijven, dan is innoveren op het podium, bij de kassa en in de bestuurskamer van culturele instellingen van levensbelang.”

De 10 miljoen euro die minister Plasterk (PvdA, OCW) heeft uitgetrokken voor de zogenoemde matchingsregeling, waarbij kunstinstellingen extra subsidie krijgen naarmate ze zelf meer eigen inkomsten hebben, blijft ongemoeid.

Voor monumentenzorg wordt juist meer geld uitgetrokken. De zogenoemde vrijstelling overdrachtsbelasting monumentenpanden, een fiscale regeling die het onderhoud aan monumentenpanden moest stimuleren, wordt afgeschaft, omdat deze niet effectief is gebleken. In plaats daarvan is er aan de begroting van OCW een bedrag van 23 miljoen euro toegevoegd, dat de komende twee jaar wordt ingezet voor het versneld inlopen van restauratieachterstanden bij rijksmonumenten. In de jaren erna wordt het geld ingezet voor andere prioriteiten in de monumentenzorg.

Niet alleen op de begroting van OCW, maar ook op die van Wonen, Wijken, Integratie (WWI) is extra geld voor monumentenzorg uitgetrokken: 44 miljoen euro. Het kabinet wil dit geld gebruiken om het monumentenbeleid „beter te laten inspelen op de kwaliteit van de omgeving” en om het te laten „aansluiten op maatschappelijke vraagstukken, zoals de herstructurering van aandachtswijken”. Volgend jaar wordt er een nieuwe wet ontwikkeld die de monumentenzorg moet moderniseren.

Geen grote verrassingen

De begroting van het ministerie van OCW bevat op cultuurgebied verder geen grote verrassingen.

De begroting van OCW omvat in totaal 36,5 miljard euro, waarvan ruim 900 miljoen euro is gereserveerd voor begrotingsartikel 14: cultuur. Een groot deel van het geld, in 2010 584 miljoen euro, wordt besteed aan kunstsubsidies. Deze bedragen zijn ongeveer even hoog als in 2008 en 2009.

Minister Plasterk somt in zijn begroting een aantal al bekende maatregelen op die het kabinet heeft genomen om het culturele bewustzijn van vooral jongeren te vergroten. Voorbeelden zijn de oprichting van een Nationaal Historisch Museum, waarvoor volgend jaar 5 miljoen euro beschikbaar is en structureel 12 miljoen euro, de invoering van een cultuurkaart (sinds schooljaar 2008/2009) die leerlingen in het voortgezet onderwijs kunnen gebruiken om cultuurinstellingen te bezoeken en het instellen van een Fonds voor Cultuurparticipatie, dat oplopend tot 2012 ruim 27 miljoen euro krijgt om amateurkunst te stimuleren.

De Federatie van Kunstenaarsverenigingen is opgelucht dat in de toekomstscenario’s die het kabinet schetst om de economische crisis aan te pakken, geen structurele bezuinigingen worden aangekondigd op het budget voor kunst en cultuur. „Dat zou ook wel bijzonder dom en schadelijk zijn voor een economie die zich internationaal als creatief en kennisintensief wil profileren”, zegt directeur Holvast. Toch is hij ongerust. „De mix van een explosief groeiend overheidstekort en een heftig politiek populisme kan voor de culturele sector nog erg bedreigend worden. Nu al pleiten VVD en PVV voor drastische kortingen op de kunstsubsidies. De wedijver om de resterende publieke euro’s zal de komende jaren bikkelhard worden.”

bron: NRC

woensdag 26 augustus 2009

ambtenaren, managers en kunst

Hebben andere mensen dat nou ook?

Dat ze als kunstenaar (in mijn geval) of kunst liefhebber (in andere gevallen) er tegen aan lopen dat ambtenaren zoveel verstand van kunst schijnen te hebben dat ze als een soort middeleeuwse paus kunnen beslissen over leven en dood van kunst. Dat de opleidingen kunstmanagement en dergelijke iemand zoveel inzicht in de beweeg redenen van een kunstenaar en kunst kunnen geven dat ze “alles” weten over kunst en los van alles hun gang kunnen gaan.

Dan heb ik nog niet gesproken over beleggers die prijzen zo opdrijven dat hele kunst markten totaal kapot zijn gegaan puur en alleen om financieel gewin. De beleggers worden in tegenstelling tot kunstenaars echter wel ondersteund door de kunstambtenaren en managers en niet te vergeten politici. Want zij zullen wel begrijpbare taal spreken voor deze luiden wederom in tegenstelling tot kunstenaars. Ze geven de managers en directeuren in ieder geval meer status dan een gemiddelde kunstenaar.

Lucebert zei al dat alles van waarde weerloos was. Vaak geciteerd door boven genoemde personen onder hun verpletterende daden en woorden. Kunsthistorici schrijven kritieken die kunstwerken op zichzelf zijn. Maar helaas niet meer te begrijpen als recensie of kritiek, poëzie als kunstrecensie . Galeries zijn saaie en stille plekken geworden in plaats van broedplaatsen van inspiratie en borrelende ideeën. Ten minste ik ken in mijn omgeving niemand meer die een galerie bezoekt. Was het vroeger omdat er een drempel was, tegenwoordig is het de heiligheid voor het gebodene wat mijn kennissen uit de galerie houdt.

Wie niet onvernoemd wil laten zijn de dames en heren politici in hun oneindige wijsheid. Ik wil hen allen bedanken voor het aanschroeven van zovelen schroeven aan de doodskist van de kunst. Voor hun gedraai en gekonkel de laatste 25 jaar die ik meegemaakt heb. In mijn jeugdige jaren was ik nog sympathisant van de PVDA. Tot deze het idee kreeg in de jaren 80 om musea om te bouwen als buurthuizen om zo de drempel te verlagen en de kunst minder elitair te maken. In de jaren daarna heb ik gemerkt dat dit nu eenmaal de manier van politici is om met zaken om te gaan. Niet gehinderd door enige kennis korte termijn oplossingen produceren. Dan heb ik het maar niet over de verschillende kunstenaars- regelingen die ze opgelegd hebben. Niemand zou me geloven.

Natuurlijk worden woorden als deze gefrustreerd genoemd, maar ik weet na 30 jaar wel beter.

Natuurlijk worden woorden als deze gefrustreerd genoemd, maar ik weet na 30 jaar wel beter.