Posts tonen met het label gedichten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gedichten. Alle posts tonen

woensdag 9 november 2011

Gedig


Gedig!!!

ik tip Dees regels

kik wat her gat word

kijk wat her gat sein

Oen tebegiillein
War een taks
Haalde einieversom strapupnenden zwiqajgeir
Dein nipt lep zijah beunen Kaïn stanz

Oen beginstelling
War een taks
Haalde soeverein palmenstranden Zwiggelaar
Dein nipt lep Elijah beunen Kaïn stanza

et os eh ware

je snap wat bedoel

denk ik tenminste

je hebt ried reels

ongemalen wielen
ex nietsnut aankunt
misschien erodeer
stadse gedichten

Nis Coutlet

Nis wiek

Spansing wit kien

Vries dig
Vriej dig eni wiek

Wier blik trug en pienen trans
Tied mans gesnans

Beuk en kof
Zoun e welken
Kajd en Mechen
Vrechele vree

'Goot' tellen
Ik ga leggen.

woensdag 2 november 2011

dinsdag 7 september 2010

dinsdag 31 augustus 2010

vrijdag 2 april 2010

the frog and I

I looked the frog in his eyes
He looked completely through me
his belly was moving very slowly up and down
he stared and stared, I thought
beaten up on his hind legs
his eyes growing in the distance
beyond any human reach
up there on my shelf
far away from my pond
where I often walk the dog
and he meditated on

dinsdag 2 februari 2010

Zieter

maandag 1 februari 2010

een zinken emmer

vrijdag 29 januari 2010

soms in een bui

SOMS   
in een bespiegelende bui
de zin van Bellow
verbind ik
de schreeuw van Munch
en zie
het menselijke geploeter
een collectief antwoord
de vraag
WAAR
WAAR
we heen moeten
met onze seksualiteit

zaterdag 19 december 2009

ruilen met Wenz

Ik heb met Wenz geruild. Zij heeft 3 woorden gegeven: wenden, gram en vatten. Daarop heb ik het gedicht gemaakt:

een gram gram
wenden
een kilo emotie
vat een ton
verberg, wentel
en storm
tot ik het
kan vatten
ik weet niet
ik voel, wend
doel
doe, gram
ik vraag


daarop heb ik drie woorden gegeven: camper, meeldauw en poedel
 en heeft zij het volgende gedicht gemaakt:

En hij keek
zoals ik
voor zich uit
in het donker
laat me

Als een camper op
een overvol terrein
in het niet
te kunnen vallen

En ik voelde
zoals hij
tussen ons
grijze waas
te laat

Als meeldauw
op ons hart
en er niet in
door te kunnen dringen

En wij dropen af
staart tussen poten
naar verder
naar volgende
ik, de pitbull
en hij
de poedel


ook ruilen?? met mij? of met Wenz?
kijken op: http://www.denkendoetgeenzeer.com/?page_id=467/ 

of mail een gedicht naar bietelman@live.nl met de woorden;
sneeuw, vijver, radiogids

zondag 18 oktober 2009

woensdag 30 september 2009

in de pers; Vrouwkje Tuinman


Het is hier geen hotel


De andere Vrouwkje Tuinman

Vrouwkje Tuinman staat bekend als actieve podiumdichteres van toegankelijke snit. Maar in haar nieuwe bundel voert een contactgestoord alter ego de boventoon.

Vrouwkje Tuinman maakt deel uit van de Utrechtse kring van dichters rond Heytze, Hubers, Hagar Peeters, Tjitske Jansen e.a. Een lichte, verstaanbare toets, die overigens schrijnende ernst niet uitsluit, is zo’n beetje het handelsmerk van deze ‘groep’.
Bij Tuinman, die in 2004 debuteerde met ‘Vitrine’ en die ook zeer actief is bij het organiseren van festivals en bloemlezingen, ligt dat iets anders. In haar zeer compacte, doorgestructureerde, maar ook sterk associatieve gedichten is de verstaanbaarheid enigszins naar de achtergrond gedrongen. Al was het maar omdat zij enerzijds scherpe portretten van mensen in haar poëtische vitrine etaleerde en zélf min of meer buiten schot bleef.
Zo’n complicerende factor kenmerkt ook haar tweede bundel ‘Receptie’. Deze bestaat uit twee afdelingen, eenvoudig ‘Een’ en ‘Twee’ geheten. De eerste bevat gedichten die de gevoels- en binnenwereld van een vrouwelijk ‘ik’-personage in klare maar ook veelal minder klare, gewrongen taal schetsen en tegelijk de buitenwereld resoluut op afstand houden. “Mijn leven is drie kamers groot. Ik beweeg me / langs de randen, patrouilleer door gangen, / controleer de trap, bewaak het raam”. Dit klinkt niet erg gezond. Netzomin als de postbode, die als een spion wordt voorgesteld, ‘een rode gloed langs / het gordijn’ veroorzaakt en ‘rook door de brievenbus’ blaast. In ‘Scherm’ wordt de binnenwereld zelfs tegen zichzelf beschermd in een pathologische poging de ene helft van het breid niet te laten weten wat de andere doet! Daar kun je goed mal van worden.
In afdeling ‘Twee’ probeert de ‘ik’ de buitenwereld schoorvoetend in haar domein toe te laten. Van harte gaat het niet en het lukt ook vaak niet, hoezeer de achterplattekst van de bundel ook anders beweert. Het gedicht ‘Zijde’, dat begint met ‘Op zaterdagmiddag borduur ik gesprekken’, is echt niets anders dan het verslag van een eng en beslist niet communicatief naaikransje! De enige die borduurt en spreekt is de ‘ik’ zelf (‘Ik vertel van één tot / honderd, daarna keer ik om’. ‘De anderen’ zijn geblinddoekt en kunnen kennelijk geen woord bij dit heksenborduurwerkje uitbrengen. Zij heeft alle macht: “Geen zin wijkt af van het / patroon. [...] Mijn schaar knipt ongedode vragen / door. Tenslotte hecht ik alle monden af, loop / langzaam achteruit. De ogen mogen open”. Wel, zijn hier nu van het in de titel genoemde lapje zijde, van de geblinddoekte aanwezigen óf van dit gedicht zelf de monden keurig afgehecht? Wat een morbide ‘patroon’. Maar wat een fraaie, onontwarbare spiegelbeelden!
Wat Tuinman, als organisatrice van culturele manifestaties alleen al volop in de wereld staand, zo boeit in dit bijna autistische en contactgestoorde alter ego zou ik niet weten. Het kan me ook niet schelen. Feit is dat deze gedichten, wanneer al te particuliere associaties en het iets te veelvuldig gebruik van elliptische zinnen achterwege blijven, een sterke uitstraling en een heel eigen toon hebben.
Dat de tweede afdeling ten opzichte van de eerste helemaal niet zo louterend is, zoals ik al opmerkte, blijkt alleen al uit het aangehaalde gedicht ‘Zijde’. Het titelgedicht van de bundel (zie hieronder), eveneens uit de tweede afdeling, wijst ook al iedere inmenging in de privéwereld af. Wel een ‘receptie’ maar geen hotel; de stekker van de bel is uit het contact gehaald. Ontbijt buiten, zodat de ‘ik’ binnen op haar balkon rustig de vogels kan voeren. ‘Kachelman’ en ‘meternemer’ komen er pas in nadat de ‘ik’ alle sporen van haar activiteiten heeft weggeschrobd. Tja, en als de auto dan de straat uitrijdt, dan pas gaan de lampen aan.
Zo is er ook een mooi gedicht waarin de ‘ik’ een minnaar in haar bed toelaat dat eindigt met de paradoxale regels: “Alles wat ik nodig heb vannacht: jouw handen om mij / los te laten. Onze ringen slapen een volmaakte acht”. Elkaar loslaten, maar dan die in elkaar onschuldig rakende ringen een soort eeuwigheid beleven...
Er staan ook mindere gedichten in deze bundel, maar de kerngedichten zijn frappant. Wat dat betreft ben ik benieuwd hoe het deze zich toch makkelijk op podia bewegende dichteres en haar juist van de wereld afgekeerde afsplitsing later nog zal vergaan.
Peter de Boer

bron zie:(c)Trouw

vrijdag 17 juli 2009

Lucebert

Poëzie is kinderspel

over het krakende ei
dwaalt een hemelse bode
op zoek naar zijn antipode
en dat zijt gij

mogelijk dat men op zulk een kleine schaal
niet denken kan het maakt nijdig
of men is verveeld dus veel te veilig
dan is men verloren voor de poëzie

u rest slechts een troost ligt gij op sterven
gij verveelt u dan ook niet
en plotseling kan dan pop en bal
laat herinnerd u laten weten
dit was ik en dat was het heelal


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
uit: de Verzamelde Gedichten van Lucebert (1924-1994)

woensdag 15 juli 2009

deze bedoelde ik


M .

me n

mee en

meen gen

meene geen

mEenen engen

meeneem mengen

neemEn

een

en

n

zondag 7 juni 2009

bezoech

zaterdag 6 juni 2009

zaterdag 24 januari 2009

dinsdag 20 januari 2009

Put out the light

put out the light
hope for
Prometeus spark
http:// agav
experience is the
new reality
my avatar
will deal with it
deal someone in
.com

zondag 9 november 2008

C.O. Jellema

Skelet van geest, breekbaarste beeld van even
warm lichaam bovengronds te zijn geweest,
totdat het leven week uit de structuur.
Een brief, bewaard, om reden eens geschreven,
en 't is in een verleden dat je leest,
waarvan het handschrift bleef, broze figuur.